Eindelijk naar de Poor Knight Islands geweest. Vrijdag middag reden we naar Tutakaka of liever naar Ngunguru waar ons motel stond. Het is ongeveer een half uur vanaf Whangarei wat weer een uur of 3 vanaf Auckland is. Het was even vermoeiend rijden (niet in de laatste plaats omdat ik dacht dat ik een doorsteekje wist maar dat bleek een, hoewel prachtige rit, wel 20 km langer te zijn) want het begon hard te gieten en het wordt ineens toch vroeg donker (zo rond half 7) maar net voor 8en waren we in Ngunguru waar zowaar het lokale sportcomplex een restaurant had wat open was! Zaterdagochtend scheen de zon, het was windstil en het bleek een heel mooie omgeving te zijn.
Om even na 8 uur waren we present bij Dive Tutakaka. Een grote goed georganiseerde duiktoko. Papiertjes invullen en gear ophalen was eigenlijk zo gebeurt en we konden aan boord bij El Tigre met skipper Graig en duik gidsen Kristen en Will. We waren nog geen 10 minuten onderweg of er werd al een whale gespot en even later kwam er een little blue pinguin voorbij zwemmen! De dag kon dus eigenlijk al niet meer stuk.
De eerste duik was bij de Sugar Loaf. Een grote rots die uit de zee steekt. De enige bewoners zijn Jan van Genten en wat meeuwen. Rondom de rots zwom er een groep Trevally rond die zich wel raar gedroegen. Ze zaten allemaal aan het oppervlak en hapten leek wel lucht. Ik weet nog steeds niet wat ze deden maar het kan zijn dat ze de grote plankton dingetjes van het oppervlak af aten? Na een uitgebreidde briefing van Graig konden we ons in onze akelige 7 mm wetsuits heisen. Ik was blij dat we een gids mee kregen (Will) want meteen nadat ik onder water kom herken ik werkelijk niets meer van wat er op de briefing is verteld….. Met 12 kilo lood in mijn arme vestje naar de rand van de boot gewaggeld en het water in gesprongen. Het was niet eens koud! De duikcomputer zei 21 graden. Eenmaal beneden was het wel heel verbazingwekkend. Veel vis, veel kleur en grote vis ook. Grote stingrays, die blijkbaar nogal bijziend zijn en dus heel dichtbij komen. Enorme snappers en veel andere vis. Ook klein spul als nudibranches (Washandjes) en allerlei kleuren sponzen. Ik was echt heel verbaasd van al dat leven onder water. Het deed bijna tropisch aan. Patrick en ik waren wel enorm aan het rommelen vanwege het lood. Ik merkte dat hoe dieper je gaat hoe meer je lucht in je vest moet pompen om niet ze zinken. Dat komt door het dikke pak, wat samendrukt verder onder water en dus minder lucht in zich heeft, maar als je dan weer wat omhoog gaat moet je onmiddelijk weer lucht uit vest laten anders ga je weer te hard. Dit had wel tot gevolg dat ik te veel te diep zat en dus behoorlijk vlot door de lucht heen was. Wel jammer want het was ongelooflijk mooi onderwater en niet eens koud.
Lekker gelunched in het zonnetje zijn we naar een tweede site gevaren. Het zou een van Cousteau’s favoriete plekken geweest moeten zijn (waar heb ik dat meer gehoord). We zouden onder een archway duiken en het zou vol moeten zitten met blauwe maomao vissen. De eerste keer dat we er door zwommen geen blauwe vis gezien, wel grote schropioen vissen en weer ongelooflijk veel kleuren sponzen en andere dingen op de rotsen. Wel ongelooflijk veel vis erbuiten en ze waren helemaal niet bang. Ik had het idee dat ze steeds dichterbij kwamen, op mijn haar af alsof dat een smakelijk wiertje was ofzo. De tweede keer door de arch heen waren er wel wat van die blauwe vissen maar het was niet zo’n mooie site als de Sugar Loaf. Toch wel weer vermoeiend twee duiken achterelkaar en deze tweede duik was ook wel een hoop zwemmen. Dus wat rustiger en slaperiger weer terug naar Tutakaka gevaren. Nog een biertje gedronken in de kroeg naast de duiktent en dat was het eind van een ongelooflijk mooie duikervaring!



